Nederland was voor lange tijd een van de weinigen in Europa die geen nationaal schoolvoedingsprogramma aanbood. Sinds 2023 is er het Programma Schoolmaaltijden, een initiatief van het Jeugdeducatiefonds en het Nederlandse Rode Kruis. 2400 scholen doen inmiddels mee (van de 7.000 basisscholen). Maar waarom niet elke school? De Groene Amsterdammer zocht de terughoudendheid uit en sprak hierover met leraren, voedings- en onderzoekswetenschappers en initiatiefnemers.
Een stapel aan voordelen
De krant stelt dat het bieden van schoollunches volgens de krant niet alleen de functie heeft om honger onder kinderen te bestrijden. Het kan ook bijdragen aan gezondere en duurzamere eetgewoonten vanaf jonge leeftijd, maar ook aan het verduurzamen van voedselsystemen, het versterken van de lokale economie en landbouw, het vergroten van de veerkracht van gemeenschappen en het tegengaan van het verlies aan biodiversiteit. Ook hebben schoolmaaltijdprogramma’s een groot emancipatoir effect voor meisjes en vrouwen. In lage-inkomenslanden dragen ze via betere voeding bij aan een grotere schooldeelname van meisjes.
Meerjarige onderzoeken laten zien dat universele schoolmaaltijden, in combinatie met meer tijd voor lichaamsbeweging, duidelijke voordelen opleveren. Kinderen worden lichamelijk gezonder, kunnen zich beter concentreren en behalen betere schoolprestaties. Daarnaast nemen pesten, geweld en sociale ongelijkheid af, wat zorgt voor een positieve en veilige sfeer op school.
Lees ook: Hogeschool Inholland onderzoekt voorkeuren schoolmaaltijden en Samen gezond ontbijten de norm maken
Belemmering
Ondanks de vele voordelen aarzelen sommige scholen om deel te nemen aan het Programma Schoolmaaltijden, omdat het volledig afhankelijk is van (tijdelijke) subsidies. Maar het artikel concludeert uiteindelijk dat structureel gefinancierde schoolmaaltijden de huidige administratieve last van subsidies voor scholen verminderen en kunnen bijdragen aan een gelijker en rechtvaardiger onderwijssysteem.
Een gezond aanbod
Het debat over verantwoordelijkheid duurt nog steeds voort: waar houdt de verantwoordelijkheid van ouders op en begint die van de staat? Uit onderzoek blijkt dat veel kinderen in Nederland ongezonde eetgewoonten hebben en dat het aantal kinderen met overgewicht of obesitas blijft toenemen. Basisschoolkinderen eten veel te weinig fruit. Gezonde voeding is bovendien duurder dan ongezonde voeding, waardoor kinderen uit arme gezinnen een groter risico lopen op voedingsgerelateerde aandoeningen.
Jaap Seidell, voedingswetenschapper en emeritus-hoogleraar aan de Vrije Universiteit Amsterdam, is daarom voorstander van universele schoolmaaltijden. Hij stelt dat de individuele autonomie van ouders beperkt is als het gaat om voeding en gezondheid.
Hij stelt: “De keuzes die mensen maken over wat ze eten, worden sterk beïnvloed door commerciële belangen, prijzen, marketing, de winstdoelen van grote voedingsbedrijven, supermarkten, maar ook door tijdgebrek en een gebrek aan kookvaardigheden. Of kinderen gezond eten, hangt af van de tijd, het geld, de kennis en de motivatie van hun ouders. Dat zorgt voor grote sociale ongelijkheid.” Hij pleit daarom voor duidelijke kwaliteitsnormen voor schoolmaaltijden. “Natuurlijk moeten scholen nog steeds kunnen kiezen of ze broodjes, wraps of iets anders aanbieden. Maar het meel moet volkoren zijn, er moet voldoende groente en fruit op het menu staan. Ook mag het eten geen toegevoegde suikers of industrieel bewerkte vetten bevatten.”
De Groene Amsterdammer sprak ook met de oprichter van het initiatief Stichting LunchMaatjes, Jos Lutterman. De stichting verzorgt schoolmaaltijden op dertien scholen in Utrecht en Hilversum. “Als we willen dat kinderen gezond gaan eten, dan moeten we gezond eten voor hun neus neerzetten. En het werkt; het grootste probleem is geld”, aldus Lutterman.
Wie betaalt?
Een recent onderzoek van Deloitte, uitgevoerd in samenwerking met de Universiteit Maastricht en Stichting Kokkerelli, schat dat het leveren van gezonde schoollunches door een externe cateraar aan alle Nederlandse basisscholen ongeveer één miljard euro per jaar zou kosten, oftewel 3,75 euro per maaltijd. Deze kosten vallen nog lager uit als scholen zelf een deel van de logistiek en het werk op zich nemen. Niet elke school kan echter rekenen op zo’n grote ouderbetrokkenheid.
Kortetermijndenken vs. investeren in preventie
Voorstanders van schoolmaaltijden benadrukken dat de voordelen ruimschoots opwegen tegen de kosten en dat dergelijke programma’s daarom als een investering moeten worden gezien. Uit sommige onderzoeken blijkt dat elke dollar die in schoolmaaltijden wordt geïnvesteerd, wel negen dollar aan rendement kan opleveren.
“Kortetermijndenken is hét probleem als het gaat om voeding en preventie”, vervolgt Seidell. “Politici kijken naar de kosten op de korte termijn, maar de baten zijn onzeker en worden pas na tientallen jaren duidelijk.” Hij noemt dit het preventieparadox. “Wanneer preventie effectief is, lijkt het of er niets gebeurt, juist omdat de problemen uitblijven. Dat maakt het moeilijk om investeringen in preventie te rechtvaardigen.”
De mensen die investeren zijn bovendien niet dezelfde als degenen die profiteren, vervolgt hij. “Het ministerie van Onderwijs betaalt misschien voor de schoolmaaltijden, maar de besparingen op de zorgkosten zullen zij nooit direct zien.”
Politieke wil
Verschillende landen hebben laten zien dat een succesvol schoolmaaltijdenprogramma geen lange traditie van schoolvoeding vereist, zolang er maar politieke wil is. Zo nam India in 2001 een wet aan die voorschrijft dat alle schoolkinderen een lunch moeten krijgen. Inmiddels voorziet het land dagelijks honderd miljoen kinderen van een maaltijd. Zelfs landen als Canada en Denemarken, die lange tijd terughoudend waren, zijn inmiddels begonnen met proefprojecten.
Bron: De Groene Amsterdammer