Nederland is komende jaren miljarden euro’s per jaar kwijt aan ‘verborgen kosten’ als mensen de voedingsrichtlijnen slecht blijven naleven. Dit blijkt uit een nieuwe studie van het RIVM, gepubliceerd in Frontiers in Nutrition, dat de gezondheids- en milieueffecten meerekende.
Miljarden aan kosten
De naleving van de voedingsrichtlijnen, die gezondere en duurzamere voedingspatronen bevorderen, zijn nog ondermaats. Een lage naleving van de voedingsrichtlijnen bezorgt de maatschappij extra zorguitgaven, milieukosten en kosten door productiviteitsverlies. Concreet gaat dit om 410 miljoen euro aan productiviteitsverliezen, waarvan 318 miljoen euro (78 procent) toe te schrijven aan morbiditeit. Het RIVM berekende de zorguitgaven aan de hand van de totale ziektelast, uitgedrukt in verloren gezonde levensjaren (DALY). Deze kosten vallen tussen de 910 miljoen tot 1,8 miljard euro. Een lage naleving brengt bovendien 3 miljard euro meer aan jaarlijkse milieukosten met zich mee in vergelijking met een hoge naleving.
Methode kostenbepaling
De studie is onderdeel van het internationale onderzoeksproject FOODCoST, gesubsidieerd door de Europese Unie. De RIVM-onderzoekers beoordeelden de naleving van de Nederlandse voedingsrichtlijnen aan de hand van de Nederlandse Gezonde Voeding Index 2015 (DHD15). Ze vergeleken de voedingsconsumptiegegevens van mensen die meededen aan de Nederlandse Nationale Voedingsconsumptie Enquête (2019–2021) onder volwassenen van 20 tot 79 jaar.
De milieukosten zijn gebaseerd op zes indicatoren, waaronder broeikasgasemissies, verzuring van het land, eutrofiëring van zoet water, eutrofiëring van zout water, landgebruik en verbruik van blauw water.
Koppelen aanbevelingen aan economische groei
De onderzoekers stellen dat de kosten kunnen worden teruggedrongen als meer mensen de aanbevelingen naleven. De beperkte naleving komt doordat consumenten de aanbevelingen kunnen negeren. Ze adviseren in het rapport om economische en duurzaamheidsoverwegingen sterker te integreren in voedingsaanbevelingen. “Dit zorgt ervoor dat voeding niet alleen wordt gezien als een individuele gezondheidskwestie, maar ook als een bepalende factor voor het nationale welzijn. Dit doet inzien dat een gezondere bevolking via uitbreiding van de beroepsbevolking en productiviteitswinst de economie laat groeien. Deze koppeling kan de voordelen van het naleven van de richtlijnen nog verder vergroten.”


