Probiotica moeten de maag en dunne darm passeren om uiteindelijk in voldoende aantallen de dikke darm te bereiken, waar ze hun gunstige effecten kunnen uitoefenen. Factoren als maagzuur, spijsverteringsenzymen en galzouten kunnen de levensvatbaarheid van probiotische bacteriën sterk verminderen tijdens deze passage.Volgens de onderzoekers van de Australische Monash Universiteit en de Chinese Soochow Universiteit benadrukt het onderzoek dat de context van inname mede bepaalt hoeveel levende micro-organismen de dikke darm daadwerkelijk bereiken.
Betere overleving met voedsel
In experimenteel onderzoek met gesimuleerde spijsverteringscondities bleek dat de Lactobacillus rhamnosus GG (LGG)-stam relatief goed bestand was tegen maagzuur, maar aanzienlijk minder overlevingskansen had wanneer het zonder voedsel werd ingenomen. Wanneer deze stam samen met een maaltijd werd geconsumeerd, vooral een koolhydraatrijke vaste maaltijd zoals pasta, bleven er duidelijk meer bacteriën over die de dikke darm kunnen bereiken.
Geen eenduidig advies voor alle stammen
Belangrijk is dat deze bevindingen vooral gelden voor de specifieke stam die in het onderzoek is gebruikt en niet automatisch op andere probiotische bacteriën kunnen worden gegeneraliseerd. Het effect van inname-timing kan stamspecifiek zijn, waardoor het volgen van de aanwijzingen op de verpakking of het advies van een deskundige essentieel blijft.
Praktische toepassing voor consumenten
Voor consumenten betekent dit dat het innemen van probiotica tijdens of direct na een maaltijd mogelijk de overleving en effectiviteit van de levende bacteriën kan verbeteren. Totdat meer menselijk onderzoek beschikbaar is, blijft het aanbevolen de gebruiksrichtlijnen van producten te volgen.
Bron: MDPI