Gezondheidsraad herziet voedingsnormen en aanbevelingen

14 juli 2026 Redactie Food Helena Lopes / Pexels
De Gezondheidsraad heeft de adviezen over de inname van vetten, vetzuren, verteerbare koolhydraten en voedingsvezels opnieuw geëvalueerd. In het rapport staat aangegeven wanneer je het beste de normen en/of aanbevelingen van de EFSA, recentere rapporten of een eerder advies kan volgen.

De vaste commissie Voeding, onderdeel van de Gezondheidsraad, was verantwoordelijk voor de herziening en publiceerde vorige week haar adviesrapport. Deze negende uitgave gaat over voedingsnormen, oftewel referentiewaarden, voor de inname van energieleverende voedingsstoffen: vetten, vetzuren, verteerbare koolhydraten en voedingsvezels.

Energie-inname hoeveelheden

Het advies benadrukt het belang dat de inname van energie via macronutriënten, waaronder eiwitten, op individueel niveau in balans is met de energiebehoefte, om ongewenste gewichtsveranderingen te voorkomen. De hoeveelheden zijn daarom doorgaans uitgedrukt als relatief getal ten opzichte van de energie-inname: als percentage van de totale energie-inname of als hoeveelheid per 1000 kilocalorieën.

Voor een deel van de voedingsstoffen heeft de commissie adequate innames of adequate innameranges afgeleid. De voedingsnormen die in dit advies worden aanbevolen, zijn adequate innames voor linolzuur, alfalinoleenzuur, en de visvetzuren eicosapentaeenzuur en docosahexaeenzuur, of adequate innameranges (voor de totale vetinname).

EFSA-adviezen deels overnemen

Het streven van de raad was harmonisatie binnen de Europese Unie en daarom evalueerde de vaste commissie Voeding van de Gezondheidsraad allereerst in hoeverre de voedingsnormen van de Europese autoriteit voor voedselveiligheid (EFSA) overgenomen kunnen worden. Voor een deel van de voedingsstoffen adviseert de commissie dan ook om dit te doen. Het gaat hierbij om: linolzuur, alfalinoleenzuur, transvetzuren en 1 van de 2 aanbevelingen over verzadigde vetzuren. Voor visvetzuren en vet (de totale vetinname) adviseert de commissie om voor een deel van de groepen de voedingsnormen van EFSA over te nemen en voor andere groepen de eerdere adviezen van de Gezondheidsraad te handhaven, omdat dit beter bij de Nederlandse situatie past.

Andere basis

Omdat de laatste evaluatie van EFSA uit 2010 stamt, is er relatief veel nieuw onderzoek waardoor de commissie in sommige gevallen niet het advies van EFSA heeft overgenomen. Namelijk voor: 1 van de 2 aanbevelingen over verzadigde vetzuren, verteerbare koolhydraten, vrije suikers en voedingsvezels. Dan gelden er de Nederlandse voedingsnormen of de aanbevelingen van een van de internationale organisaties die de commissie voor de Nederlandse situatie het meest relevant acht, zoals de WHO en het Britse Scientific Advisory Committee on Nutrition.

Deze beslissing leidt volgens de raad tot meer consistentie met richtlijnen en adviezen van de Gezondheidsraad over de consumptie van voedingsmiddelen in Nederland.

Naast normen ook aanbevelingen

Voor bepaalde voedingsstoffen formuleert de commissie geen voedingsnormen, maar aanbevelingen op basis van de stand van de wetenschap over de gezondheidseffecten. Bijvoorbeeld voor voedingsstoffen waar geen grenswaarde voor bestaat, maar van belang is dat de inname zo laag mogelijk is binnen de context van een volwaardig voedingspatroon.

Voor sommige voedingsstoffen is het effect op de gezondheid afhankelijk van de productgroepen waarbinnen het wordt geconsumeerd, namelijk voor verteerbare koolhydraten en voedingsvezel. In die gevallen spreekt de commissie ook van aanbevelingen.

Bekijk de herziene Voedingsnormen en aanbevelingen in het rapport via de website van de Gezondheidsraad.