Het RIVM, de WUR en NVWA hebben hun krachten gebundeld in een onderzoek naar de eiwit- en vetinname van Nederlandse kinderen tussen de 3 en 11 jaar. Qua eiwitten zit deze doelgroep goed: de inname ligt zelfs boven de voedingsnorm van de Gezondheidsraad. De vetinname is echter vergelijkbaar met de norm. Het onderzoek is onlangs gepubliceerd in de ‘Journal of Food Composition and Analysis’.
Methode en resultaten
De onderzoekers achterhaalden de eiwit- en vetinname via een totaalvoedingsonderzoek (TDS). Dit ging op basis van voedselconsumptiegegevens uit de Nederlandse Nationale Voedingsconsumptie Enquête (DNFCS) 2019-2021.
De onderzoekers hebben 2258 voedingsmiddelen uit verschillende supermarkten en andere veelvoorkomende kanalen gecategoriseerd. De concentraties van voedingsstoffen en andere chemische stoffen zijn hierbij geanalyseerd als representatieve monsters van voedingsmiddelen en dranken zoals ze worden geconsumeerd. er is alleen gekeken naar het totale eiwit- en vetgehalte, waar vervolgens een gemiddelde uitkwam voor elke leeftijdscategorie. De resultaten zijn als volgt:
|
Leeftijd |
Eiwitinname (gemiddeld) |
Vetinname (gemiddeld) |
|
3-5 jaar |
47 gram per dag |
56 gram per dag |
|
6-8 jaar |
56 gram per dag |
65 gram per dag |
|
9-11 jaar |
65 gram per dag |
77 gram per dag |
Brood, zuivel en chocolade
De belangrijkste bijdragen aan de eiwitinname waren afkomstig van ‘brood’ en ‘melk en melkdranken’. De consumptie van ‘chocolade’, ‘margarine en boter’ en ‘oliën en vetten’ leverden de grootste bijdrage aan de vetinname.
Vergelijkbaar met NEVO
De resultaten komen overeen met resultaten die zijn berekend met informatie uit het Nederlands Voedingsstoffenbestand (NEVO) van het RIVM. Volgens de onderzoekers bevestigt dit dat de TDS goed is uitgevoerd en interessante bevindingen oplevert.
De onderzoekers zeggen er echter wel bij dat de voedingsmiddelen in de zomer van 2022 bemonsterd zijn en daarom mogelijk niet representatief zijn voor alle voedingsmiddelen op de markt en op jaarbasis. Zo zijn er bijvoorbeeld kleine verschillen in eiwit- of vetconcentraties tussen de seizoenen voor vis.