Vroeger ingrijpen

9 april 2026 Angela Severs
REDACTIONEEL #2 | Het blijft opmerkelijk: in ons welvarend land met een overvloed aan voedsel en een uitstekende zorgsector komt ondervoeding veel voor. Niet alleen in ziekenhuizen en verpleeghuizen, maar ook bij ouderen die thuis wonen.

En hoewel we geneigd zijn ondervoeding te koppelen aan een laag lichaamsgewicht, zien we het óók bij mensen met overgewicht en obesitas. Juist daar wordt het vaak slecht herkend. 

De gevolgen van ondervoeding zijn ernstig en vaak onderschat. Het leidt tot vermindering van spiermassa en spierkracht, vertraagde wondgenezing, verhoogd infectierisico en verminderde weerstand. Ook neemt het risico op vallen toe, verslechtert het herstel na ziekte of operatie, en stijgt de kans op ziekenhuisopnames en vroegtijdige sterfte. Ondervoeding raakt daarmee niet alleen de kwaliteit van leven, maar ook de zelfstandigheid en het functioneren.

Tegelijkertijd verandert het zorglandschap snel. Ziekenhuisopnames worden korter en ouderen wonen langer thuis. Daardoor verschuift de verantwoordelijkheid voor vroegsignalering steeds meer naar de eerste lijn en het sociale domein. Waar jarenlang vooral op ondervoeding zelf werd gescreend, groeit nu de noodzaak om risicofactoren te herkennen vóórdat ondervoeding optreedt. Zeker bij mensen met overgewicht, bij wie duidelijke signalen - zoals ongewenst gewichtsverlies - eenvoudig worden gemist.

Ondervoeding is geen simpel tekort aan calorieën, maar een complexe klinische aandoening. Diëtisten spelen hierbij een cruciale rol. Toch komen zij vaak pas in beeld als het al laat is: bijna de helft van de cliënten met (risico op) ondervoeding blijkt bij start van de behandeling al ernstig ondervoed.

Daarom is samenwerking essentieel. Huisartsen, wijkverpleegkundigen, fysiotherapeuten, sociaal werkers - alle professionals die ouderen en kwetsbare patiënten zien - en ook mantelzorgers moeten leren kijken naar subtiele signalen. Niet alleen naar gewicht, maar naar eetlust, functionaliteit, ziektebelasting en sociale context.

Vroeg signaleren, breed samenwerken en cliënten én mantelzorgers bewust maken van de risico’s: dáár ligt de echte winst. Want ondervoeding voorkomen is altijd beter dan behandelen. En vroeg ingrijpen kan het verschil maken tussen kwetsbaarheid en veerkracht.