Een column schrijven voelt soms een beetje als kweekvlees maken. Ik geef jullie graag een kijkje in mijn schrijfkeuken, waar ik altijd werk met A-BCD-A. Nee, dat is geen hip nieuw supplement tegen vermoeidheid, al klinkt het wel alsof een influencer het morgen op Insta gaat aanprijzen. Het is gewoon de kapstok waar ik mijn columns aan ophang. Ik begin met iets wat blijft hangen: een zin die ik opving in de supermarkt, een sterk verhaal tijdens een feestje, een observatie die onder mijn huid is gekropen. De kunst is om die flarden te bewaren voordat ze vervliegen. Die losse hersenspinsels schrijf ik op, op alles wat binnen handbereik ligt. Daarna leg ik ze onder mijn mentale microscoop en wacht tot ze bewegen. Soms schiet zo’n idee meteen alle kanten op, soms blijft het dagenlang roerloos liggen. Dan geef ik het wat koffie, wat achtergrondinformatie en een vleugje humor.
Daarna bouw ik verder. Na de inleiding komen er drie blokjes inhoud, allemaal met een eigen invalshoek. Dat kunnen onderzoeksresultaten zijn, voedingskundige feiten of inzichten die ik tegenkom in mijn werk. Soms zit er ook een onverwachte zijweg bij, een nuance die ineens opduikt omdat een studie nét iets anders blijkt te concluderen dan ik dacht. Ik neem mijn ervaring mee als voedingsvoorlichter, vitamine-expert en specialist in de wirwar van wetgeving rondom supplementen. Juist die mix maakt een column levendig. Het geeft het geheel textuur, diepte en herkenbaarheid, alsof je meerdere lagen proeft in één hap.
En dan, ergens op het eind, komt de grote uitdaging. Dan trek ik alles weer naar het begin. Naar de situatie, het feestje, of die onhandige scène aan tafel die zich altijd nét op het verkeerde moment aandient. Als dat mooi in elkaar klikt, is de column af. Net als bij kweekvlees moet het daarna nog even staan. Een beetje sudderen, een beetje zakken, soms nog een klein kloddertje nuance erbij. En dan, meestal net voor de deadline — of net iets erna, sorry redactie — leg ik de laatste hand. Dan is het kweekproces voltooid, klaar om opgediend te worden aan jullie.
Zo deed ik dat nu ook. Voor de állerlaatste keer in Voeding Nu. Na al die woorden vind ik het mooi geweest. Ik ben uitgekweekt. Na heel veel columns van mijn hand is het tijd voor iets nieuws, andere gedachten, andere stemmen, andere verhalen waar je je tanden in kunt zetten. Ik sprak nog een hele tijd met haar, die vrouw op het congres. En terwijl we daar zo stonden te praten dacht ik: ja, dít is waarvoor ik het deed. Voor de herkenning, de inspiratie, die heerlijk onverwachte schaterlach. Bedankt voor het lezen van mijn columns. Het was een plezier om ze voor jullie te kweken!
Andere recente columns van Suzan Tuinier: