Oeh, zo blij! Ik kan het moment zo weer voor de geest halen. Die eerste hap na een reis van 24 uur, ranzig vliegtuigeten, suffe films en heel veel zenuwen, was ik eindelijk geland en de poortjes door. Bij aankomst in een loeiwarm Sydney werd ik opgewacht door mijn vriend. Zo fijn hem weer te zien! Na een dikke knuffel krijg ik van hem een klein cadeautje. Een reep chocola. Heerlijk! En ook lekker vertrouwd. Aan de andere kant van de wereld smaakte ie precies zoals thuis.
Dat die reep precies zo smaakte en niet eens wegsmolt ondanks de temperatuur, is eigenlijk best bijzonder. Hoe bijzonder realiseerde ik me pas jaren later, na het lezen van het boek ‘Ode aan de E-nummers’ van Rosanne Hertzberger. Zij beschreef hoe uniek het is dat je overal ter wereld, onder andere omstandigheden en met verschillende leveranciers, toch dat identieke product kunt creëren. Maar ook andere verrassende inzichten: over de veiligheid van natuurlijke en kunstmatige kleurstoffen bijvoorbeeld, en onze bijna automatische aversie tegen alles wat chemisch klinkt. Eigenlijk een boek over ultra processed food (UPF), maar dan zonder de NOVA-classificatie want die was in 2017 nog niet zo bekend. En dan weer wel over MSG ofwel E621, maar daar hoor je nu weinig meer over.
En juist die afkortingen, chemische namen en nummers, en die indeling in klassen en categorieën maakt ons eten ingewikkeld en voor je gevoel bijna oneetbaar. Want wat citroensap over de fruitsalade om de kleur goed te houden? Prima! Maar E300 in je voorgesneden voorverpakte verse fruitsalade? Getver! En dat terwijl dat E-nummer gewoon de werkzame stof is uit het citroensap. En voeg je die E300 als vitamine C toe aan die zogenaamd verse smoothie uit het koelvak in de supermarkt? Dan klinkt het weer extra gezond, want dan bevat die ge zonde smoothie ook nog eens extra vitamines.
Maar wat is eigenlijk gezond? Alles zo puur en natuurlijk mogelijk? Nee, dat is geen keiharde garantie: asbest en arseen komen ook gewoon uit de natuur. Hoe onbewerkter, hoe beter? Nou geef mij liever een brood te eten, dan een zak onbewerkte graankorrels. Ook als dat volkoren brood uit de supermarkt komt, en dus zeer waarschijnlijk ultrabewerkt is. Dat brood staat evengoed gewoon in de Schijf van Vijf. UPF is dus niet automatisch ongezond. Soms is het zelfs een uitkomst. Kunstmatige zuigelingenvoeding bijvoorbeeld. Een fijne oplossing als je geen borstvoeding kunt geven. Toch is veel UPF ook nog steeds gewoon meuk: zo smakelijk ge maakt dat je blijft eten, ook al zit je vol. Kortom: spul waar gewoon gezond eten niet tegenop kan.
Maar hoe doe je dat dan, gewoon gezond eten, als je bent opgegroeid met pakjes en zakjes? In een omgeving waar je overal verleid wordt met goedkoop, voorverpakt en superlekker eten. Of waar zelf koken een uitdaging is omdat het duurder en omslachtiger is, of gewoon omdat het veel ruimte kost in je hoofd, koelkast en keuken. Dagelijks helpen veel BGN-gewichtsconsulenten juist hiermee mensen op weg met praktische tips. Zodat er ruimte blijft voor af en toe die lekkere vertrouwde reep chocolade.