Nestlé zet wereldwijd in op het verduurzamen van de agrarische sector. “Als Nestlé kunnen we op verschillende gebieden stappen zetten om te zorgen voor een kleinere footprint,” vertelt Klaas Cuperus, Sustainability Lead bij Nestlé Nederland. “Denk aan verpakkingsmaterialen, transport en het energieverbruik tijdens de productie. De grootste winst valt echter te behalen bij de productie van onze grondstoffen, die zijn goed voor 70 procent van onze footprint.”
Klaas Cuperus: Sustainability Manager bij Nestlé Nederland
(© Tomorrow's Dairy)
Daarom slaat Nestlé de handen ineen met leveranciers zoals Vreugdenhil, dat melkpoeder levert aan Nestlé. “Vreugdenhil heeft zich echt gecommitteerd aan dit programma en is daarmee wereldwijd een van de koplopers,” aldus Cuperus. “We werken dagelijks met onze melkveehouders aan een toekomstbestendige sector. Dit programma helpt daarbij door kennis en praktijkervaring, met de betrokkenheid van Nestlé als waardevolle stimulans en waardering,” vertelt Marjolein de Kreij, Director Milk Supply bij Vreugdenhil.
Zo’n 850 melkveehouders leveren aan het familiebedrijf. Vreugdenhil ondersteunt melkveehouders met het verduurzamen van de productie van melk, het stimuleren van deze transitie en het delen van kennis.
Marjolein de Kreij, Director
Milk Supply bij Vreugdenhil.
Regeneratieve landbouw
Het Tomorrow’s Dairy programma heeft als doel om broeikasgassen te reduceren en is gebaseerd op het toepassen van regeneratieve landbouwprincipes. Dit betekent het verbeteren van bodemgezondheid, waterkwaliteit en biodiversiteit, met als doel een positief milieueffect.
Hierbij hoort een pakket van maatregelen zoals ruwvoeroptimalisatie, stimuleren en optimaliseren van weidegang, meer eigen eiwitopbrengst en minder kunstmestgebruik. Welke maatregelen genomen worden is aan de melkveehouder. Omdat elk bedrijf anders is qua grondsoort (klei, veen en zand) en strategie, krijgt iedere boer een aanpak op maat. “Zo kan iedere boer kijken welke maatregelen het beste bij zijn of haar situatie passen,” aldus Cuperus.
Melkveehouder
Arie Baas is een van de bijna 150 melkveehouders die voor dit programma heeft gekozen. Hij zit samen met zijn vrouw Anja en zoon Lennart in een maatschap. Over een aantal jaar neemt Lennart het bedrijf van zijn ouders over, nu doen ze het nog met z’n drieën. “We hebben een melkveebedrijf in Oudewater,” vertelt Baas. “We zitten in een veenweidegebied, dat voordelen kent, maar ook zeker zijn beperkingen heeft wat betreft de maatregelen die we kunnen nemen om onze footprint te verlagen.”
Voeraanpassingen
Baas doet sinds 2023 mee aan het programma en heeft al meer dan 20 procent broeikasgasreductie behaald. “Voor ons is op het gebied van voer de meeste winst te behalen. Via het programma konden we investeren in een extra voersilo, om zo meer gebruik te kunnen maken van losse grondstoffen met een lagere footprint, bijvoorbeeld gemalen gerst. Daardoor voeren we minder krachtvoer en dat scheelt in de carbon footprint. Onze koeien krijgen tevens Bovaer®, een additief dat wordt toegevoegd aan het voer om de uitstoot van methaan te verminderen. Maar er zijn ook een aantal dingen die bij ons niet werken. Sommige innovaties, zoals klaver zaaien op veenweidegrond, werken minder goed. Op veen is dat een uitdaging, de bodem is van nature al stikstofrijk. Maar we zien zeker de positieve impact van het programma. En niet onbelangrijk: het geeft een plusje op de melkprijs,” aldus Arie Baas.
Nieuwe uitdaging
De melkveehouder is enthousiast over het programma. “We werken op ons bedrijf volgens het kringloopprincipe, dat betekent dat we zoveel mogelijk gebruikmaken van eigen grond en ruwvoer. Verder mogen we bijna alle mest op onze weilanden gebruiken om veel ruwvoer van een goede kwaliteit te oogsten. Via dit programma kunnen we die duurzame werkwijze verder optimaliseren en verfijnen. Het geeft ons een nieuwe uitdaging en we leveren een product waar de markt op zit te wachten. Het fijne van dit programma is dat we kunnen kiezen welke stappen bij ons bedrijf passen, zodat we succes kunnen behalen. Door nu te verduurzamen kunnen we het bedrijf straks beter overdragen aan onze zoon.”
De deelnemende melkveehouders worden tijdens de transitie van hun bedrijf intensief begeleid. Ze leren van elkaar en van agrarisch adviseurs. “Bij dit programma is ook de wetenschap betrokken. We werken samen met onderzoekers van de WUR,” aldus Cuperus. Voor de melkveehouder is het een succesvolle manier van werken. Dat ziet De Kreij bij meerdere melkveehouders terug.
Tomorrow’s Dairy
Tomorrow’s Dairy ging in 2022 van start met 17 pilotboeren, nu doen bijna 150 melkveehouders mee. Tegen 2030 wil men ruim 200 melkveehouders ondersteunen bij de omschakeling naar een melkveehouderij met 50 procent minder uitstoot van broeikasgassen ten opzichte van 2018. Hierbij wordt het learning-by-doing principe gehanteerd. De wetenschappelijke onderbouwing van Wageningen University & Research vormt de basis voor de te nemen maatregelen binnen de melkveebedrijven. De opgedane kennis en praktijkervaringen worden doorgegeven aan melkveehouders die op een later moment beginnen, zodat de transitie steeds efficiënter en effectiever kan worden gerealiseerd. Nestlé en Vreugdenhil investeren samen ruim 50 miljoen euro in het programma.